Skip to main content

Wat is prenatale screening?

Prenatale screening heeft als doel vóór de geboorte (pre-nataal) na te gaan wat de kans is dat je kindje een aangeboren afwijking heeft. Er wordt gezocht naar aanwijzingen voor een chromosomale of lichamelijke afwijking. Screeningstesten houden geen gevaar in voor de zwangerschap, maar ze geven ook geen uitsluitsel.

Chromosomale afwijkingen

Chromosomale afwijkingen zijn afwijkingen zoals bijvoorbeeld trisomie 21. Dit is beter bekend als het syndroom van Down.

De kans op een chromosomale afwijking wordt berekend aan de hand van         

  • een bloedafname, tussen week 9 en week 13 van de zwangerschap

en

  • een echografie, tussen week 11 en week 14 van de zwangerschap. Bij deze echo wordt onder andere een meting van de nekplooi van de foetus gedaan.

De bloedafname en de echografie worden meestal gecombineerd tijdens de 12de week van de zwangerschap. Dit noemt men de gecombineerde eerste-trimesterscreeningtest.

Vanaf 14 weken is deze test niet meer mogelijk, maar kan je wel nog een kansberekening laten maken met de Tripletest of de NIPT. Bij deze testen wordt de kans op een chromosomale afwijking berekend op basis van een bloedafname bij de vrouw.

Lichamelijke afwijkingen

Soms worden lichamelijke afwijkingen zoals neurale buisdefecten (bv. een open ruggetje of een open schedel) vroeg in de zwangerschap opgespoord, via de 12w echo en/of de Tripletest. Andere lichamelijke afwijkingen (aan het hartje, de nieren, de geslachtsdelen, de ledematen…) kunnen later worden opgespoord met een echografie tussen de 18de en 22ste week van de zwangerschap

Geen uitsluitsel

Screeningtesten houden geen gevaar in voor de zwangerschap. Het is echter belangrijk te weten dat ze ook geen uitsluitsel geven.

Het resultaat van deze testen is een cijfer dat uitdrukt hoe groot de kans is dat je kindje een bepaalde afwijking heeft. Het kan zijn dat de kans op een afwijking laag is, maar dat je kindje de afwijking toch heeft. Of omgekeerd: jullie kregen te horen dat de kans op een afwijking groter is dan normaal, maar je kindje blijkt uiteindelijk perfect gezond.

Geeft de prenatale screening aan dat er een verhoogd risico is op een bepaalde aandoening, dan kan verder onderzoek zekerheid bieden. Na dat onderzoek wordt al dan niet een prenatale diagnose gesteld.

  • Wat is het verschil tussen prenatale screening en prenatale diagnose?

    Een screening geeft aan hoe groot de kans is dat je kind een bepaalde afwijking heeft. Het is slechts een kansberekening.

    Wanneer de screening een verhoogd risico aangeeft, gaat men de cellen van de foetus onderzoeken. Zo kan een definitieve diagnose gesteld worden. Dat doet men via een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest.