Skip to main content

Wat is prenatale screening?

Prenatale screening heeft als doel vóór de geboorte (pre-nataal) na te gaan wat de kans is dat je kindje een aangeboren afwijking heeft. Er wordt gezocht naar aanwijzingen voor een chromosomale of lichamelijke afwijking. Screeningstesten houden geen gevaar in voor de zwangerschap, maar ze geven ook geen uitsluitsel.

Chromosomale afwijkingen

Chromosomale afwijkingen zijn afwijkingen zoals bijvoorbeeld trisomie 18, trisomie 13 en trisomie 21. Dit laatste is beter bekend als het syndroom van Down. 

De kans op een chromosomale afwijking kan op 2 verschillende manieren worden berekend.

de NIPT (niet invasieve prenatale test)

Deze test wordt meestal aangeboden en bestaat uit een bloedname bij de vrouw. Hierbij wordt DNA (erfelijk materiaal) van de moederkoek van de baby onderzocht, dat in het bloed is terecht gekomen. 

de gecombineerde eerste-trimesterscreeningtest

Dit is een test waarbij een bloedname en een echografie worden gecombineerd tijdens de 12de week van de zwangerschap. Bij deze echo wordt onder andere een meting van de nekplooi van de foetus gedaan.Deze test wordt bijna nergens meer uitgevoerd. De nekplooimeting gebeurt wel nog, omdat deze naast chromosomale afwijkingen ook nog structurele afwijkingen kan opsporen.

Lichamelijke afwijkingen

Soms worden lichamelijke afwijkingen zoals neurale buisdefecten (bv. een open ruggetje of een open schedel) vroeg in de zwangerschap opgespoord via de 12w echo. Andere lichamelijke afwijkingen (aan het hartje, de nieren, de geslachtsdelen, de ledematen…) kunnen later worden opgespoord met een echografie tussen de 18de en 22ste week van de zwangerschap

Geen uitsluitsel

Screeningtesten houden geen gevaar in voor de zwangerschap. Het is echter belangrijk te weten dat ze ook geen zekerheid of uitsluitsel geven.

Het resultaat van deze testen is een cijfer dat uitdrukt hoe groot de kans is dat je kindje een bepaalde afwijking heeft. Het kan zijn dat de kans op een afwijking laag is, maar dat je kindje de afwijking toch heeft. Of omgekeerd: jullie kregen te horen dat de kans op een afwijking groter is dan normaal, maar je kindje blijkt bij geboorte deze afwijking niet te hebben.

Geeft de prenatale screening aan dat er een verhoogd risico is op een bepaalde aandoening, dan kan verder diagnostisch onderzoek zekerheid bieden. Na dat onderzoek wordt al dan niet een prenatale diagnose gesteld.

  • Wat is het verschil tussen prenatale screening en prenatale diagnose?

    Een screening geeft aan hoe groot de kans is dat je kind een bepaalde afwijking heeft. Het is slechts een kansberekening.

    Wanneer de screening een verhoogd risico aangeeft, gaat men de cellen van de foetus onderzoeken. Zo kan een definitieve diagnose gesteld worden. Dat doet men via een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest.