Skip to main content
We ondervinden helaas wat problemen met onze telefoon. Kan je ons niet telefonisch bereiken? Stuur dan een berichtje naar vragen@fara.be en dan bellen we je zo snel mogelijk zelf op.

Laat mij dan maar betuttelend zijn… Of hoe het nieuwe wetsvoorstel rond abortus net méér betrokkenheid vraagt.

Blog

Nu de Raad van State zijn grotendeels positief advies heeft uitgebracht, heeft het voorstel voor de wijzing van de abortuswet opnieuw een belangrijke stap afgelegd in zijn reeds woelige traject. Na de korte stilte die ontstond terwijl de Raad zich over het voorstel boog, kan de storm nu opnieuw losbarsten. De wijzing van de abortuswet beroert immers al weken de media én de gemoederen, inclusief de mijne.

Verontrusting 

Als professional die dagelijks werkt met vrouwen tijdens en na de keuze voor een zwangerschapsafbreking, ben ik verontrust over datgene wat in de kantlijn van de wetswijziging gebeurt: het afbouwen van begeleiding en ondersteuning aan vrouwen in een moeilijke levenssituatie, onder het vaandel van autonomie en zelfbeschikking. Omdat inhoudelijk vooral de uitbreiding tot 18 weken het zwaarst wordt bekampt, verdwijnt de zorg voor de vrouw volledig naar de achtergrond.

Ik volg al enkele jaren de wetsvoorstellen met interesse op, maar deze keer was ik verontwaardigd door het soort taalgebruik dat eerder thuishoort op de barricades dan in een juridische tekst: ‘Dit wetsvoorstel strekt er derhalve toe […] komaf te maken met sommige betuttelende bepalingen jegens de vrouwen die hun zwangerschap willen afbreken’. Geen strafmaatregelen meer, zelfs niet als abortus buiten het wettelijk kader wordt uitgevoerd. Geen informatieplicht meer over alternatieven voor abortus of recht op ondersteuning. Geen verplicht gesprek meer over anticonceptie. De bedenktijd ingekort van 6 tot 2 dagen. Bestempeld als paternalistisch, achterhaald of vermomde anti-abortus-ideologie, worden ze verwezen naar de prullenbak.

Tijdens het lezen van dit wetsvoorstel, dwalen mijn gedachten af naar onze cliënten.

Zo denk ik aan Kelly, een tienermeisje dat in een instelling voor bijzondere jeugdzorg woont omdat haar ouders haar geen veilige omgeving kunnen bieden. Wanneer ik haar ontmoet is ze 17 weken zwanger en heeft ze een doorverwijzing naar Nederland op zak. We verkennen in alle openheid haar opties: het kindje zelf opvoeden (mits alle mogelijke vormen van ondersteuning), pleegzorg en adoptie. Ik geloof in autonomie door informatie, door aanreiken van mogelijkheden, door bewust elimineren van alternatieven en door een positieve keuze voor de ‘minst slechte’ optie. In het geval van Kelly blijft de uitkomst abortus. Wil dat zeggen dat dit gesprek nutteloos was? Integendeel. Met veel zorg en liefde heb ik Kelly haar afweging zien maken.

Weten waarvoor ze kiest en waarom zal haar sterken in haar verwerkingsproces.

Ik denk ook aan Barbara die zich onder druk gezet voelt door haar partner om de abortus zo snel mogelijk uit te voeren. De verplichte bedenktijd kwam voor haar als een geschenk. Hij bracht rust en ruimte voor gesprek. Nadien ging de abortus door zoals gepland.

En wat met Eva, een vlotte dertiger, die mij ontredderd opbelt na een zwangerschapsafbreking om medische redenen? Haar paniek bij de diagnose motiveert haar hulpverleners om de bedenktijd in te korten. Na de ingreep is het schuldgevoel groot. Ze stelt haar beslissing niet in vraag, wel de manier waarop ze deze heeft genomen. Ze had willen stilvallen, experts willen raadplegen, afscheid voorbereiden,… Bedenktijd als voldongen feit in plaats van strijdtoneel, geeft ruimte om echte begeleiding te laten starten.

Garanties voor goede zorg?

Ik ben mij ervan bewust dat de informatieplicht en de zes dagen bedenktijd zoals die nu worden ingeschreven in de wet, geen garantie bieden voor goede zorg. Ze vormen in het beste geval een startpunt voor counseling die durft te peilen naar de impact van de beslissing op het leven, de identiteit, de relaties... van vrouwen en hun betekenisvolle anderen. Wel of niet kinderen op de wereld zetten, proberen inschatten wat de levenskwaliteit zal zijn van een kind met een ernstige aandoening, beslissen over leven of niet-leven,… het zijn existentiële beslissingen, vaak met een voor en een na. De abortus als keerpunt, mijlpaal, breuklijn,… in het leven van de persoon die je tot dan was.

Zelf aanbieden om hierover in gesprek te gaan, is een teken van respect voor de vrouw én haar zelfbeschikkingsrecht. Zou het niet mooi zijn als een wettelijk kader dit verankert?

Mogelijke risco's 

Ik weet dat er heel wat gepassioneerde hulpverleners zijn die vrouwen de ondersteuning geven die ze nodig hebben, ongeacht het wettelijk kader. Maar wanneer we het geven van informatie, zorg en bedenktijd laten afhangen van een inschatting tussen hulpverlener en cliënt, zie ik risico’s. Moeten we dan hopen op hulpverleners wiens voelsprieten de hele dag goed afgestemd zijn? Op instellingen die hun personeel, in de context van besparing, de tijd en ruimte kunnen blijven geven om meer te doen dan het strikt noodzakelijke? Op mondige en vaardige cliënten? Het perverse effect is dan misschien wel dat de maatschappelijk kwetsbare vrouwen waarvoor men oproept tot een wetswijziging, net diegenen zullen zijn die uit de boot vallen. Gaan we hen echt zelf verantwoordelijk stellen om de informatie en begeleiding te vragen die ze nodig hebben? Is dat het model van autonomie waar wij als maatschappij naar willen streven? Het uitbreiden van de abortustermijn naar 20 weken zwangerschap, creëert lichamelijk, psychologisch en sociaal complexere situaties die vragen om méér zorg en méér ondersteuning.

Ik ben een betuttelende hulpverlener en draag de titel als geuzenaam, net als mijn collega’s bij Fara.

Silke Brants, maart 2020, stafmedewerker Fara vzw