Skip to main content

Welke screeningstesten zijn er?

Er zijn verschillende prenatale screeningstesten: de gecombineerde eerste trimester-screening, de tripletest en de NIPT.

Deze testen geven een cijfer dat uitdrukt hoe groot de kans is dat je kindje een chromosomale of lichamelijke afwijking heeft. Er zijn 3 prenatale screeningstesten:

  • de gecombineerde eerste trimester-screeningtest
    Deze test wordt uitgevoerd tussen de 11de en 14de week van de zwangerschap. De test bestaat uit een echografie en een bloedafname. Men berekent de kans op chromosomale afwijkingen en kan structurele lichamelijke afwijkingen terugvinden.
  • de Tripletest
    Deze bloedafname wordt gedaan tussen de 14de en 20ste week van de zwangerschap. Het doel van deze bloedtest is het zoeken naar chromosomale afwijkingen zoals syndroom van Down of neurale buisdefecten zoals open ruggetje, open schedel…
  • de NIPT (Niet Invasieve Prenatale Test)
    Deze bloedafname is een recente, dure, maar zeer betrouwbare screeningstest. Uit het bloed van de moeder wordt het DNA van de foetus onderzocht op chromosomale afwijkingen.

Een prenatale screeningstest geeft een kansberekening en kan dus géén uitsluitsel bieden. Indien je zeker wil zijn of je kindje een bepaalde afwijking wel of niet heeft, zal verder onderzoek nodig zijn.

Verder worden er in elke zwangerschap 3 echo’s terugbetaald. Deze dienen als ondersteuning bij de prenatale testen en kunnen zo bijdragen tot zowel een goede prenatale screening als diagnostiek. De 20-weken echo (deze wordt uitgevoerd tussen de 18de en 22ste week van de zwangerschap) heeft als specifieke doel het opsporen van structurele, lichamelijke afwijkingen.