Skip to main content
We ondervinden helaas wat problemen met onze telefoon. Kan je ons niet telefonisch bereiken? Stuur dan een berichtje naar vragen@fara.be en dan bellen we je zo snel mogelijk zelf op.

Beslissingsproces PND: wettelijk kader

Als hulpverlener is het goed om op de hoogte te zijn van de wetgeving rond zwangerschapsafbreking. 

Om een zwangerschap te kunnen afbreken na 14 weken zwangerschap (of 12 weken na de bevruchting)

  • moet de zwangerschap een ernstig gevaar inhouden voor de gezondheid van de vrouw

of 

  • moet er vaststaan dat het kind dat geboren zal worden, zal lijden aan een 'uiterst zware kwaal die als ongeneeslijk wordt erkend op het ogenblik van de diagnose.’

Om hierover te oordelen, moet de arts informatie inwinnen bij een tweede geneesheer. 

De wet stelt met andere woorden geen uiterste termijn waarbinnen de zwangerschap kan beëindigd worden en specifieert niet wat er verstaan wordt onder 'uiterst zware kwaal'. Het beleid van het betrokken ziekenhuis zal hierin dus cruciaal blijken.

Geen enkele zorgverlener kan verplicht worden om deel te nemen aan een zwangerschapsafbreking. Dit noem men de gewetensclausule. Er is wel een doorverwijsplicht. 

Ongeacht de zwangerschapsduur, moeten er een aantal voorwaarden vervuld zijn alvorens men tot abortus kan overgaan.

  • de vrouw moet voldoende geïnformeerd zijn
  • zij moet haar vraag tot afbreking schriftelijk bevestigen 
  • er moet een wachttijd van zes dagen tussen de vraag tot afbreking en de ingreep gerespecteerd worden